|
lIle d'Ouessant
Er schijnt een Bretons spreekwoord te zijn dat luid: "Wie Ouessant ziet, ziet bloed". Dit komt waarschijnlijk door de bijzonder ruige kust en de altijd aanwezige wind.
Het schijnt dat er zelfs momenten zijn dat je, staande in de haven, door de wind van de kade afgeblazen kunt worden. Daarbij komt een zeer sterke stroming die rond het eiland staat en het horrorscenario is compleet.
De eilandbewoners maakten hun meubelen van drijfhout. In de zomer verdienden zij de kost met de visserij en 's-winters met de producten van de "huisvlijt".Hoe ze daaraan kwamen mag gezien bovenstaand
verhaal, geen raadsel zijn.
Ondanks de vaak barre omstandigheden is het 's-zomers zeer aangenaam op het eiland. Er staat op het eiland de hoogste en de meest lichtgevende vuurtoren van Europa, de "Phare du Créac'h".
Hier komen onze schapen vandaan, van dit eiland dat voor de westkust van Bretagne, in de Atlantische Oceaan ligt. Het Ouessantschaap is het kleinste, of een der kleinste
schapen ter wereld. Het is waarschijnlijk dat de Scandinavische kortstaartschapen van invloed zijn geweest op het ontstaan van het Ouessantschaap.
Rassen als het Hebridean of Sint Kildaschaap, de Manx Loghtan of de North Ronaldsey vertonen nog al wat overeenkomsten met het Ouessantschaap. Het Ouessantschaap lijkt ook veel op de uit de Baltische landen en
Oost-Pruisen afkomstige kuddes. In Bretagne kwamen oorspronkelijk oude schapen voor, met een drietal varianten nl.; het Bretonse Landesschaap, het Race des Deux en het Ouessantschaap. De zeer sobere
omstandigheden, waaronder de Ouessantschapen op het eiland werden gehouden, de karige voeding, het barre
klimaat en wellicht ook de door de bewoners van het eiland toegepaste selectie, zijn van grote invloed geweest op het kleine formaat van de dieren.
De dieren werden voornamelijk gehouden voor de wol en in mindere mate voor het vlees. 's Zomers werden de schapen achter omheiningen gehouden. De huisvesting was minimaal. Pas als de oogst binnen was, werden de
schapen op het eiland losgelaten.
Zij konden dan de oogstrestanten opeten. De gehele winter, tot aan het voorjaar, bleven de dieren buiten in de natuur.
|